Cesar Cascabel by Jules Verne. Page: 2
t het cijfer 10 zesmaal herhaald in de hoeken, waren nauwelijks meer te lezen. Dit beteekende dat het tien Amerikaansche centen, of ongeveer een hollandsch kwartje waard was.
--Hoe komt ge daaraan? vroeg de moeder.
--Dat heb ik den laatsten keer opgehaald, was het antwoord van Napoleona.
--Hebt gij niets meer, Sander?
--Niemendal vader.
--En Jan?
--Geen cent.
--Hoeveel moet ge dan nog hebben Cesar? vroeg Cornelia aan haar man.
--Als wij eene ronde som hebben willen, komen er twee centen te kort, verklaarde mijnheer Cascabel.
--Hier zijn ze, patroon, kwam Kruidnagel vertellen terwijl hij een stuk kopergeld, dat hij uit de diepte van een zijner zakken had opgedoken, door de lucht liet vliegen.
--Mooi zoo, Nageltje! riep de kleine meid.
--Mooi, nu zijn wij er! liet Cascabel volgen.
Inderdaad: »hij was er«, om de woorden van den braven kunstenmaker te gebruiken. In het geheel had hij twee duizend dollars bijeen, dat is ten naasten bij vijf duizend gulden.
Vijf duizend gulden, door eigen talent en vlijt aan de goedgeefschheid van jan en alleman afgedwongen, is dat niet een fortuintje?
Cornelia gaf haar man een zoen en al de kinderen volgden een voor een haar voorbeeld.
--Nu moeten wij ons eene brandkast aanschaffen, hernam Cascabel, een mooie brandkast met een geheim slot, om onzen schat te bewaren.
--Is dat werkelijk noodig? vroeg Cornelia, altijd een weinig bang voor buitensporige uitgaven.
--Cornelia, wij kunnen er niet buiten.
--Zou een geldtrommel niet voldoende zijn?
--Dat is nu weer zoo'n vrouwenpraatje! riep Cascabel. Een trommel, dat is goed om oorringen en armbanden in te bewaren. Voor baar geld is eene brandkast noodig of op zijn minst een geldkist, vooral omdat wij met onze vijfduizend gulden eene lange reis hebben te maken.
--Nu, koop dan een geldkist, maar denk er aan dat ge afdingt! waarschuwde de zuinige Cornelia.
Het hoofd d